Beweeg weer vrij - Fyzio-Lin

Ongewild verlies van ontlasting

Ontlastingsincontinentie is het niet kunnen ophouden van ontlasting. Hier wordt in het dagelijks leven weinig of niet over gesproken. Er rust nog steeds een groot taboe op. Als men het over incontinentie heeft, wordt vrijwel altijd urine-incontinentie bedoeld: het niet kunnen ophouden van de urine. Mensen schamen zich voor hun kwaal en praten er met niemand over, zelfs niet met hun huisarts. Het kan tot (grote) beperkingen in het sociale leven leiden. Ontlasting verliezen is allesbehalve leuk, maar er is gelukkig meestal wel iets aan te doen. Ongewild verlies van ontlasting kan bestaan uit het ongewild verliezen van windjes, vegen ontlasting in de onderbroek of een grotere hoeveelheid (harde of zachte) ontlasting bij aandrang of zo maar, ongemerkt.

Bij ontlastingsverlies is er vaak een combinatie van factoren die zorgen dat u geen controle meer hebt op het ophouden van uw ontlasting.
Eén van de factoren is het onvermogen om de buitenste anale kringspier voldoende aan te spannen. Een andere factor is de consistentie van uw ontlasting, het kan bijvoorbeeld veel dunner zijn dan normaal. Als de ontlasting te dun is, zoals diarree, wordt het heel moeilijk om het op te houden. Onze buitenste kringspier is niet geschikt om waterdunne ontlasting op te houden.

De kringspier kan beschadigd zijn door verslapping bijvoorbeeld door het ouder worden, tijdens en na de overgang of na een totaal ruptuur bij de bevalling . Incontinentie van ontlasting kan ook optreden bij obstipatie. Er kan dan langs de te dikke ontlasting in de darm dunne ontlasting naar buiten lekken. Je verliest  bij de dagelijkse activiteiten dunne ontlasting zonder dat je het merkt.

Ook bij een verzakking kan ongemerkt ontlastingsverlies of loze aandrang een groot probleem worden

(Bekken)therapeutische behandeling van ontlastingsklachten

De sluitspier van de anus maakt onderdeel uit van de bekkenbodem en kan een rol spelen bij ontlastingsklachten. De bekkenbodem kan te gespannen (overactief) of te zwak (onderactief) zijn. Daarnaast kan de bekkenbodem mogelijk verkeerd reageren (coördinatiestoornis). Ook kan er een veranderd vullings- en/of aandranggevoel zijn ontstaan van de endeldarm.
In de behandeling worden adviezen gegeven met betrekking tot onder andere voedingsgewoonten, vochtinname, lichaamsbeweging en toiletgedrag.
Specifieke oefentherapie richt zich op bewustwording van de bekkenbodem en het functioneren hiervan. Verder zal er aandacht worden besteed aan het verbeteren van de bekkenbodemfuncties, zoals kracht, coördinatie, ontspanning en uithoudingsvermogen